03/19/13

Op een klein kerkhofje,
in ‘t boerenland
daar ligt m’n vader begraven .
Ze hebben hem daar op een zeker dag heen gedragen.
Nog even om z’n graf gestaan,
hem toen alleen achter gelaten.
Zo heel alleen in de heldere zon,
straks in de regen en in de hagel.
De lente neemt de bloesems mee,
de zomer de zonnestralen.
De winter dekt hem met sneeuw,
het najaar met najaarsbloemen.
Komt de regen door de bladeren heen,
dan druppelen kleine tranen.
Op een klein kerkhofje,
daar ligt m’n vader begraven.

– Willem Wilmink –

03/19/13

Je was een man van weinig woorden,
duidelijk herkenbaar voor degenen die bij je hoorden.
Een man, een vader, een opa op wie je kon bouwen
en met een woord waarop je kon vertrouwen.
Achter je ligt een leven van werken en plicht
en juist dat bepaalde in alles jouw gezicht.
Zo bescheiden als je hebt geleefd
zo bescheiden ben je gestorven.